Drukke manager Laat je eens verrassen door de metafoor over de hoofdmier.
De mier rende als een wilde in het rond. Er was zoveel te doen. Er was eigenlijk geen beginnen aan maar hij hielp waar hij kon. �Hij schrobde de vloer, hielp mee in de keuken, richtte nieuwe kamers in, stutte een muur die op instorten stond en tussendoor had hij nog overleg met enkele andere mieren die dezelfde mening als hem waren toegedaan maar ook niet verder kwamen dan alleen de constatering dat ze het erg druk hadden.... Op een avond direct na het eten zaten ze met een kleine groep tesamen. ' Zo kan het niet langer, zei de een. ' Nee, ik werk me drie keer in de rondte, zie een ander'. 'Het gaat mij netzo', zei een derde, 'ik weet niet waar ik moet beginnen dus ik doe maar wat ik denk dat goed is'.
Hij hoorde het allemaal aan en vertelde dat ze samen de schouders eronder moesten zetten. Het was belangrijk om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de situatie en alles op alles te zetten om grip te krijgen op de situatie.
De mieren om hem heen knikten. Ze kenden elkaar al lang en vertrouwden elkaar en zo ging het verder, dag in, dag uit. Alle werd uit de kast gehaald om het mierennest draaiende te houden.Soms hadden ze het idee dat ze grip kregen op de situatie maar altijd was er iets dat ze weer terug wierp tot het �Hit & Run-niveau�.
Op een goede dag werd een bolletje gevonden. Het bolletje werd binnen gebracht als zijnde voedsel maar dat was het niet. �t Was een soort ei. Als het licht erop scheen dan zeg je de binnenkant van het ei. Het leek net alsof er een boek in het ei zat. Het ei werd in de centrale hal geplaatst en stond daar pontificaal te glimmen in het zonlicht.
Een ieder die �t ei bekeek werd op de ��n of andere manier geraakt door het ei. De ��n werd rustig, de ander druk. Een derde werd vrolijk en een vierde triest. Het ei leek een bepaalde energie uit te stralen. Ondanks de bijzondere uitwerking die het ei op de mieren had, ware er velen die het ei wilden bekijken.
Ook de hoofdmier ging, toen hij een keer tijd had, eens kijken naar het ei. Hij ging rustig op het bankje zitten en richtte zijn aandacht op het ei. Hij keek naar de gladde buitenkand en naar het schijnsel in het ei. En toen gebeurde er iets . . . . . De buitenkant werd binnenkant, diepte werd oppervlakte, moeilijk werd makkelijk, spanning werd rust en problemen werden oplossingen. Zonder diep in het ei te kunnen kijken besefte de mier dat het ging om de kern. De hoofdmier knipperde met z�n ogen en hij ontwaakte uit de roes die het ei bij hem had opgeroepen. Hij besefte dat de kern leidend is in alles wat je doet. Vanuit deze basisgedachte kreeg hij tal van idee�n over hoe hij de mieren en het mierennest kon helpen.
De volgende dag bleek er echter iets veranderd te zijn. Bij alles wat de hoofdmier deed wist hij wat zijn inspanning bijdroeg aan het welzijn in het mierennest. Nog sterker hij kon het zelfs uitleggen aan de andere mieren. Naarmate het inzicht van de mieren toenam, nam het magische van het ei af. Steeds minder mieren wierpen een blik op het ei. Het ei werd ook steeds minder doorzichtig. Na verloop van tijd werd het ei uit de centrale hal gehaald en ergens achteraf neergezet.
Het ei was uitgebroed . . . . .
|