Langzaam doofde het licht en naarmate het licht verder doofde nam de angst toe. Waar ben ik , wat moet ik doen . . .
Het hermelijntje kroop nog verder in de hoek. Toen het volledig duister was merkte hij dat in de verte een lichte gloed zichtbaar was. Het was een rood/zwarte flikkering met zo nu en dan bruin. Hij pakte al zijn spullen en al zijn moed bijeen en sloop heel voorzichtig richting het licht. De kleur werd intenser en met name de rood/zwarte flikkering was mooi. Naarmate hij dichter bij kwam werd hij zich bewust van een diepe doordringende geur. Het was een lichte brandgeur, echter wel een aangename, een beetje nootachtig. Het bleek dat het licht achter een donkere schutting vandaan kwam.
Het hermelijntje was onbevangen en ging het licht tegemoet. Hij kwam in een bijzondere wereld. Het bleek een soort gemeenschap te zijn die gehuisvest was in een soort fabriek. Midden in de fabriek stond een grijze ketel en je zag dat deze erg heet was. Aan de ene kant stonden blauwe mannetjes groene balletjes erin te scheppen en aan de andere kant kwamen er bruine weeruit. Die werden vervolgens in doosjes gedaan en werden in de hoek van de fabriek opgestapeld.
Zijn aanwezigheid werd opgemerkt maar hij kreeg geen extra aandacht. Stilzwijgend voelde hij dat hij welkom was en dat verwacht werd dat hij ook iets zou doen. Hij keek nog eens rond en zag dat er veel balletjes gemorst werden bij het in en uitscheppen. In overleg constateerden ze dat een schep met een iets andere vorm het probleem zou verhelpen. De blauwe mannetjes waren erg dankbaar. Ze boden hem een brouwseltje aan dat gemaakt was van de bruine balletjes. Hij dronk het op en voelde dat iedere druppel een soort van energie gaf. Geen lichamelijke energie maar iets anders. Als vanzelfsprekend werd verondersteld dat zijn werk klaar was. 'Kom elke week maar een keer, je hebt goede ideëen'; zei de baas. Hij lachte naast hem stond zijn assistent en die zei: "we regelen wel wat". Het hermelijntje had geen idee wat bedoeld werd maar hij beloofde om terug te komen. Met een schouderklop werd de deur voor hem geopend en stond hij buiten.
Hij liep maar wat. Alles was onbekend. Ach, hij wist wel veel maar hetgeen hij in de balletjes fabriek had gedaan was toch wel erg leuk. Daarnaast deed het ook de angst verminderen. De angst die hij diep van binnen nog voelde.
Tuuuuut,tuut.. . Hij kon nog net opzij springen een witte vrachtauto met grijs/rode opdruk reed hem bijna van de sokken. Uit schrik schreeuwde hij. Waarschijnlijk had de chauffeur dit opgemerkt en even verder stopte hij en klom uit de cabine. "Was je geschrokken?"; zei de chauffeur. "Ja; zei het Hermelijntje. Ik was er niet helemaal bij met mijn gedachten, daarom schrok ik zo". "Wil je meerijden". "Nou, Graag".
Zonder het te hebben over waar het naar toe zou gaan, gingen ze op weg. Het was ook niet makkelijk geweest om iets af te spreken want de chauffeur bezocht tientallen gebouwtjes. Elke keer bracht hij allerlei doosjes, flesjes en pakjes naar binnen en kwam opgewekt weer buiten. "Nog een paar, en dan zit het er weer op"; zei hij. Toen de gehele auto leeg was, reed hij naar een groot gebouw en parkeerde deze naast een identieke auto. Er stonden nog meer auto's. Deze hadden dezelfde kleur en opdruk maar ze waren veel kleiner. Het Hermelijntje huppelde de chauffeur achterna die fluitend het gebouw in liep. Ook hier werd hij opgemerkt maar wederom werd geen speciale aandacht aan hem besteed. Het Hermelijntje keek wat rond en dwaalde door de verschillende kamers. Overal werden er allerlei zaken aan hem verteld. Het ging overal over: "Over wat er in de auto's zat, over waar het naar toe ging, over dat het niet zo makkelijk was om alles op tijd rond te brengen, over de druk die ze voelden bij al deze dingen" , enz, enz, enz.
Het langst zat het Hermelijntje in de controle kamer. Hier stonden twee bezige baasjes aan de knoppen en hendels. Tussen de drukte door vertelden ze honderd uit. Het Hermelijntje luisterde , vroeg eens wat en antwoordde als hem iets gevraagd werd. Al zijn begrip en antwoorden werden met plezier ontvangen. "Hier kunnen we veel mee", antwoordden ze. "Kom volgende week maar eens weer". Hij kreeg een paar doosjes, een aantal flesjes en nog wat pakjes mee als beloning. Met een vriendelijk woord werd hij naar buiten geleid.
Toen het Hermelijntje buiten liep nam hij een slok uit een flesje en weer voelde hij dat iedere druppel een soort van energie gaf. Geen lichamelijke energie maar iets anders, net zoals in de balletjes fabriek.
En de geschiedenis herhaalde zich. Hij kwam bij een voor hem wildvreemd gebouw en werd welwillend ontvangen. Hij moest niets, maar zijn inbreng was meer dan welkom. Het Hermelijntje kreeg er steeds meer plezier in. Hij kwam bij een groep waar ze grijs spul uit gebouwen sloopten. Een club die gebouwen tekende en maakte. Een groep waar ze door allerlei oefeningen zich beter voelden en tot meer in staat waren. Ook zelf deed hij hieraan mee en hij genoot ervan. Het Hermelijntje leerde allerlei zaken en vaak leerde hij iets wat hij later weer kon terug geven aan anderen. En iedere keer kreeg hij meer energie.
Op een dag stond hij voor de spiegel en zag dat hij volwassen was geworden. Hij was een mooie Hermelijn geworden en de angst die hij had ervaren toen hij klein was, was weg. "Waarschijnlijk is het wel ergens goed voor geweest"; dacht hij. Een dankbaar gevoel ging door hem heen. Dankbaar voor de openheid, de oprechtheid en de liefde die hij op zijn reis had ervaren. In gedachte was hij bij al diegenen waar hij was geweest.
Hij trok z'n beste pak aan en ging enthousiast weer op weg, benieuwd naar wie hij nu weer zou ontmoeten.
|